De cover van het boek ´Werken met de Graancirkel Codes´, waarvoor Hannah van Buuren het voorwoord schreef.

Werken IN graancirkels

Graancirkels. Wat gebeurt er toch met me?

Nou ben ik een nuchter mens van het slag: “wat de boer niet kent, daar gelooft-ie ook beslist niet in.” Hoe diep spiritueel ook, zweverigheid is aan mij niet besteed. Hogepriester(-essen)verhalen en geëxalteerde rituelen uit Atlantis of Egypte evenmin. Eigenlijk is er maar één ding waar ik in geloof: evolutie. Omdat ik die zelf ervaar. Omdat die dwars door mijn lichaam en psyche beweegt, en daarin dingen verschuift, vaak ondanks mijzelf. Omdat juist die pure soort Scheppingskracht mij diepgevoeld respect in boezemt.

Dus graancirkels?
‘Ze’ vroegen me om met een klein stukje mee te werken aan een prachtig boek, net uit nu: Johan Keyser & Judith Moore: ‘Werken met Graancirkels’, een boek met de mooiste afbeeldingen ooit.
Elke graancirkel voorzien van de geïnspireerde tekst om zelf mee aan de slag te gaan, door Judith Moore, een van de zuiverste channelaars die ik ken, en bewonder.

Er was -nog kort geleden- een tijd waarin het me hoofdzakelijk ontroerde dat ze in granen (Engels: crop = oogst) gemaakt worden, en niet bv als graffiti op de muur van een station of fietstunnel. ‘Wie dit medium, zo diep gelieerd aan Leven, gebruiken,’ dacht ik, ‘moeten zielekunstenaars wezen.’

Iemanden of ietsen die doordrongen zijn van wat juist granen voor mensen en dieren betekenen: basisvoedsel voor iedereen. Maar ook doordrongen van de diepere betekenis van graan in de zin van ‘als de graankorrel niet sterft…….’, ‘si le grain (de blé) ne meurt…’

Maar nu ik, na een zeer donkere nacht van mijn ziel waarbij ik tot heel laag in het collectief onderbewuste viel, m’n hernieuwd bewustzijn weer oppak, raken ze me met volle kracht:

Liefdesboodschappen zijn het,

Liefdesboodschappen voor een mensheid in een tijd dat de graankorrel sterven moet, opdát.

Bladzijde voor bladzijde en afbeelding voor afbeelding dóen ze iets met me. Ik zal proberen te verwoorden wát, maar dat is niet gemakkelijk. Want ze willen, juist in al hun rust en schoonheid pertinent de woorden, de taal voorbij gaan.

Woorden zijn eigenlijk een oppervlakkig medium. Taal is voorbijgaand. Taal raakt ook lang niet alle mensen. Woorden kunnen àfgehouden worden, of misgeïnterpreteerd. En wie kent het begrip ‘woordenstrijd’ niet? Oppervlakkigste van het oppervlakkigste.

Er zijn media die dieper gaan: muziek, beelding. Althans: als ze voortkomen uit een universeel bewustzijn, niet als ze, zoals te vaak gebeurt, enkel uitdrukkingen zijn van allerindividueelste ego-emoties of commercie. Vanouds zijn er mensen geweest, maar vooral ook andere Wezens, die hier op onze planeet Beelding hebben gebruikt om diepe lessen over te brengen.
Je merkt het zelf niet, maar ze praten met je onderbewuste, en vaak zelfs met het collectief onbewuste.

Ze fluisteren diep en dringend met onze diepere lagen, terwijl jij je staat te vergapen aan gave schoonheid die ver boven je petje uitgaat. Zulke Beeldingen zijn graancirkels.
Zij praten een ‘taal’ die geen tijd kent, en daardoor juist nu heel erg op tijd komt. Ze zijn prachtig.
Ze roepen je verrukking op: met hun cirkels, met hun geometrische patronen, met hun variaties.

En ze zijn voor ons allemaal. Ze richten zich op ons aller diepste bewustzijnslagen. Democratisch als ik van den bloede ben, juich ik dat ten zeerste toe: je hoeft er geen Engels voor te kennen, je hoeft geen cursussen te volgen, om ‘hallo, ik ben mens’ tegen hen te zeggen, en als antwoord te krijgen: ‘lévende mens, I presume?’ Vóór je het weet, zijn je diepere lagen al met hen in woordeloos gesprek. Vóór je ja of nee kunt zeggen, is er al iets verschoven in je hart en hoofd.

En laten we zu ook hard nodig hebben!. Ze komen precies op tijd! Want deze jaren zijn -hoe symbolisch – een tijd van korte, maar zeer intense ‘als de graankorrel niet sterft….. ’. Deze graancirkels laten graan op heel speciale wijze breken, opdat de boodschappen ons voeden…

Laten we wel wezen: voor geen mens op deze planeet, voor geen enkel wezen op deze planeet en zeker ook niet voor de planeet verlopen deze jaren gladjesweg. Wij oogsten wat we zaaiden. Doordat wij, mensen van nu, oogsters en voltooiers zijn van dit tijdperk, komen er ook zomers en oogsttijden op die we eerder hebben beleefd. Het is niet voor het eerst dat we aan de rand van een te oogsten tijd-veld staan.

Uit eigen omhooggekomen ervaring kan ik zeggen dat we dit eerder hebben meegemaakt. Soms in eenheid met de Bron, de zon achter de zonnen. Dan maaiden we de velden leeg, en boden de oogst aan de Heren en Vrouwen van Evolutie aan: die Hoge onstoffelijke Energie-Wezens die haar transformeerden in nieuwe, nog ongekende aardes, die ze voor onze verrukte zielen ontwierpen.

Vaker echter weigerden wij de oogst af te staan, het rijpe graan dat wij zelf waren te laten breken voor transformatie. Dan sloten wij de deur naar de Bron, en gingen er hoogmoedig mee aan de gang voor onszelf. Niet beseffend dat wat zich afscheidt van de Lichtbron degenereert, en nog dieper degenereert, tot we onszelf niet meer herkenden, doordat ons bewustzijn verduisterde waar we bij stonden.

Nu staan we weer op dat punt, en hoewel we het goddank in ons dagbewustzijn niet beseffen, rijst er in ons onbewuste, en nog dieper: in ons collectieve onbewuste de schaduw van herinnering omhoog, als rioolwater dat opborrelt tijdens noodweer. Wat ons ‘s nachts slapeloos laat wakker liggen, en wat ons overdag gejaagd maakt, dat weten we -nogmaals: goddank- niet. Konden we ‘groter’ kijken, dan wisten we dat het herinnering was. Herinnering aan zaken die niet herhaald hoeven te worden nu.

Historisch besef in een nieuwe tijdsperspectief.. Een fractal graanformatie vlakbij het historische Stonehenge.

Dat is het allereerste wat ik ervoer bij de graancirkels na mijn val in het collectieve onbewuste: hoezeer ze troosten, hoe zeer ze helen! Het kan me niet werkelijk schelen of ze door Arcturians worden gemaakt of soms ook door ‘gewone’ mensen: de Beeldingen die ze gebruiken, hun combinaties van lijnen, hebben een diep genezend effect op het bewustzijn dat de transit van deze tijd meemaakt.

Als het ‘gewone’ mensen zijn in sommige aanwijsbare gevallen, dan stonden ze, wellicht ondanks henzelf, in zuivere verbinding met de lagen in ons allemaal die nu beschermd en genezen moeten worden. En dat is logisch: want wie zich, ook als gewoon mensje, begeeft in een vormentaal die tijdloos plus universeel is en gericht op speelse genezing, die kán daar gewoonweg geen vernietigend speeltje van maken.
De grotere universele glimlach-energie heft hem of haar onverbiddelijk op. Eén mens of een paar mensen die de zee zoet willen maken, krijgen dat niet voor elkaar: het omvattende omhult de enkeling.

Het omvattende van wat een graancirkel ‘wil’ omvat elke enkeling zonder onderscheid des persoons. Ik heb het ervaren. Ik heb het gevoeld. Ik ben erdoor veranderd. In leven-wekkende zin.

Vanaf dat ik de cirkels in dit boek in handen kreeg, en er elke dag onbeperkt naar mocht kijken, ging ik van mijn eigen leven houden. Dat deed ik voorheen niet zozeer, hoewel ik wist (en verkondigde) dat het wel nodig was. Maar mijn leven was een -vond ik zelf nogal dramatisch- zwaarbelast leven, en ik achtte het van begin tot op vandaag nogal als erg moeizaam. Veel teleurgestelde verwachtingen.

LEUK!
De cirkels, elke avond andere, fluisterden met lagen ìn me die ik niet bewust hanteer. Ineens merkte ik dat ik van mijn leven ging hóuden! Dat ik van mijzelf, zo vaak verworpen door mezelf, ging hóuden. En dat dit leuk was! ‘Leuk’, het woord kwam niet zo vaak voor in mijn vocabulaire. Wel de woorden ‘pittig’, en ‘uitdagend’, maar ‘leuk’?

Ja. En ‘speels’. En gericht op vreugde van leven met anderen.

Logisch, zeggen de toelichtingen bij de cirkels vaak: ‘ze werken op je DNA, dat rechtstreeks in verbinding staat met je ziel, en die weer met je Bron´. Dat doen ze, ja, en ja. Maar nog meer, en ik denk dat dit komt door de gave Beelding-vormen die ze vertonen: ze werken ook op je eenheids-bewustzijn.

Natuurlijk, allerlei soorten mensen komen ernaar kijken. Maar dat is het niet alleen. Het voelt mij alsof ze, fluisterend naar alle kijkers, in concreto of zoals hier op papier, de gemeenschappelijke bodem oprakelen: de Bron die zich onvermengd in leven begaf, een daad waar we allemaal in zaten en aan deelnamen. Je herkent anderen zonder er woorden aan te hoeven geven. Je voelt anderen, ook dieren, ook planten, ook mineralen, ook Hogere Wezens aan in hun bestáán. Alsof je ze even aan mag raken tot onder hun hart.

Ze wekken een glimlach. Jouw glimlach. Naar zomaar onbekende anderen, die toch weer niet zó onbekend voelen. En dit ‘klopt’ natuurlijk ook (gelukkig!): als zij jou verzoenen met je eigen leven, zozeer zelfs dat je er vreugde uit kunt puren, dan herken je ook anderen in hun levensgang. Dan valt de zware sluier van afgescheidenheid van je af.

Dit geldt ook voor onze aarde.

De prachtige toelichtingen van Judith Moore vertellen ook hoe ze soms seinen zijn voor de aarde zelf: signalen tot verrijzen. Ik geloof dit. Soms hoeft er in onherkende verten maar één Woord gesproken, één Klank aangeheven te worden, en sterren veranderen van koers, hun zwier aan planeten meenemend.

Dus als zo’n Signaal ge-drukt wordt op haar oppervlak, hoe zou ze het willen negeren?

Hannah van Buuren, Stichting Poort - website HIER

>>> Kijk ook eens naar een prachtige recensie over graancirkels op de site van Judith Moore. Dr. Herbert van Erkelens zet dit fenomeen in een prachtig nieuw licht..! ´De ALCHEMIE van graancirkels´.. HIER